M: Saskia weet je nog die keer dat we aan het eten waren op restaurant en het je moeilijk lag om het vlees op je bord te eten?

S: Ja, dat weet ik nog.

M: Ik had je gevraagd waarom en wat je toen zei heeft me met verstomming geslagen. Je zei me dat je alles voelde. Dat je voelde hoe de stier geleefd had. O ja, je kon zeggen of het een hij of een zij was. Hoe die eruit had gezien en vooral hoe gruwelijk zijn dood was geweest. Hoe hij gehoord had van ‘zijn mens’ (de boer) dat zijn tijd gekomen was en hoe hij niet wist wat dat eigenlijk betekende, maar kon voelen dat er niet veel meer achter zou komen na ‘die tijd’. Hoe hij in een wagen gestampt was geweest met nog andere runderen die even angstig waren. Hoe geen van hen had geweten waar ze naartoe gingen en het langs de andere kant wisten door gevoel. Hoe ze geslagen werden en erger. Je was overweldigd door de angst en de pijn die je voelde bij de dieren en de mensen met ‘lamgeslagen emoties’ die de handelingen stelden. Je was in tranen uitgebarsten en je had me gezegd dat ik niet wilde weten hoe zwaar de energie die daar hing was. Het bizarre was dat ik het kon zien aan je. Dat het allemaal écht was voor je. En toch ben ik je beginnen uitlachen. Zwaar beginnen uitlachen zelfs. Ik zei dat die beesten niet voelen en dat je zwaar aan het overdrijven was.

S: Inderdaad.
En na het uitklaren van opkomende kwaadheid in me heb ik je gezegd dat het ok was om die reactie te geven. Dat ik het begreep.

M: Ja, dat zei je inderdaad. Wat me nog meer met verstomming sloeg. Je had al getwijfeld om het te delen met me en dan geef ik… Waarom heb je het eigenlijk gedeeld met me? Wetende dat je dit zou kunnen krijgen als reactie. Want hoe dan ook. Dat raakte wel. Dat kon ik ook wel zien.

S: Ja. Het raakte. Door de band die we hadden. Echter dat ‘raken’ was geheel mijn deel. Een nog onopgeloste blokkade die om genezing vroeg. Dus dat had niets met jou te maken en alles met mij. Dat is nu eenmaal deel van ‘mens zijn’.

M: Dus waarom?

S: Omdat ik mijn eigen angst niet wou laten overschaduwen op dat wat ik voelde dat echt belangrijk was.

M: Belangrijk?

S: Ja, het delen met mensen. Dat wat ik voel, zodat ze er bewust van kunnen worden. Alles beter kunnen begrijpen. Trouwens je stond er enigszins ook voor open hoor.

M: Bahahahahaha, enigszins ja! Zo’n 5%.

S: En zie eens hoe dat inmiddels is veranderd.

M: Ja… Dat is wel zo ja. Saskia…

S: Ja?

M: Sorry voor mijn reactie toen. Alles wat je vertelde. Het maakte me gewoon zo onwennig en ik dacht echt dat je ze daar (wijst naar hoofd) aan het verliezen was hoor. Het was alsof ik Saskia niet meer voor me had. Nu weet ik wel beter natuurlijk.

S: En ergens had je die Saskia die je voordien kende ook niet meer voor je hé. Ik ben nogal wat veranderd inmiddels en dat vraagt nogal wat tijd om aan te passen. En M, geen sorry! Je was wie je was toen en je bent wie je bent nu. Zie wat je eruit leerde en zeg dan eerder dank je ofzo.

M: Welja, dank je dan. Dank je om even je afstand te nemen van me. Hoe klote dat ook was voor me.

S: De afstand was gewoon een belangrijk gegeven voor beiden van ons. Wat niet wegneemt dat ik het daar zelf niet lastig mee gehad heb. Ik ben nog altijd mens hé.

M: Hihi, juist, ik lijk dat zo wel eens te vergeten. Lol.

S: Daarom dat ik het nog eens aanhaal. Ik ben niet God de Almachtige ofzo hé. Ik ben nog steeds een mens die onderhevig is aan schommelingen enzo. Damn, stel je voor. Anders zou het best saai zijn allemaal. Alles al ten volle uitgeklaard hebben en de ‘waarheid’ geheel in handen hebben.

M: Hihi. Ja. Blij dat je terug bent.

S: 😉