De beelden waren helder en duidelijk. Achtzaam zijnde voor zijn energie. Voelende hoe gevoelig het lag, bracht ik hem in warme lichtenergie de boodschap door: “Het wordt tijd dat je jezelf vergeeft.”

Zijn eerder zo rustig ogende gezicht schoot vuur mijn richting uit en zijn gekromde schouders en gebogen rug veerden heftig op bij het aanhoren van deze woorden. Zijn stem bulderde door de ruimte toen hij riep: “Vergeven?! NEEN! NOOIT!”

‘Okay, duidelijk dat we hier op HET punt zitten’, dacht ik bij mezelf. Ik behield mijn gecentreerdheid en straalde de warmte verder uit terwijl ik hem in licht gespeelde verbijstering vroeg: “En waarom niet?”

Hij leunde achterover met een gezicht vol ongeloof: “Maar jij snapt niet goed wat ik allemaal gedaan heb hé! Echt géén mooie dingen hoor!”

Beelden kwamen binnen. Beelden die je als vrouw mogelijks in diepe gekwetstheid zouden raken en een gehele blokkering zouden veroorzaken. ‘Gelukkig’, dacht ik bij mezelf, ‘Gelukkig heb ik die stukken bij mezelf al uitgeklaard en een plaats gegeven.’ Het stelde me in de mogelijkheid mijn rust te behouden en ongenaakbaar te vragen: “En?”

Moeilijk begrijpende hoe dit alles me niet triggerde, ging hij wat voorovergebogen zitten om vervolgens met smalende energie te zeggen: “Moest je het weten. Je zou hier zo rustig niet blijven zitten.”
Het was duidelijk dat zijn binnenste in volle paniek was en alles uit de kast aan het halen was om weg te gaan van die pijnlijke plekken. Ik rechtte mijn rug, keek hem met zachte niet afwijkende blik aan en sprak in helderheid: “De beelden zijn duidelijk. Geen twijfel daarover.” Ik nam enkele seconden de tijd om dit te laten doordringen tot hem. Om vervolgens aan te vullen met: “Ongeacht wat je gedaan hebt. Het wordt tijd dat je jezelf vergeeft.”
Er helemaal niets meer van begrijpende leunde hij achterover. Met een stijgend onwennig gevoel draaide hij zijn hoofd, keek hij me niet begrijpend aan en draaide hij terug weg.
Een tweede poging: “Volgens mij ben jij hardhorig hoor! Ik heb gruwelijke dingen gedaan! Naar dieren. Naar mannen. Naar vrouwen. Naar mijn familie. NEEN! Ik vergeef mezelf zo’n dingen niet! Ik heb…”

‘Aha! Familie!’ Terwijl hij het woord ‘familie’ had uitgesproken voelde ik dat daar het diepste punt in de wonde lag. ‘Die houd ik in het achterhoofd’, dacht ik bij mezelf terwijl ik hem onmiddellijk afblokte en reageerde: “Wat ben je daar mee?!”

Met vragende blik vroeg hij:”Wat bedoel je?”

Ik voelde dat ik zijn aandacht begon te trekken en verduidelijkte: “Wat ben je met het feit dat je jezelf weigert te vergeven?”

Hij keek weifelend naar de grond: “Ik… Ik verdien niet beter.”

Dit was het moment om in te pikken. Dus ik zette door en sprak met zachte toch kordate stem: “Zie hoe je toen was. Bekijk de situatie zoals die toen was. Begrijp je waarom? Begrijp je écht waarom?”

Zijn gehele systeem verzachtte en hij keek me met al wat meer openheid en kwetsbaarheid in de ogen aan: “Ik…” *zucht* Met zowaar een lichte pruillip vervolgde hij: “Maar ik was er zo van overtuigd toen en ze wilden me niet helpen. Ik stond er echt helemaal alleen voor.”

Ik vulde verder aan: “Je had het gevoel er helemaal alleen voor te staan. Terwijl ik voel dat ze vanuit verschillende hoeken pogingen ondernamen om tot jou te komen. Hun standpunt te delen met je. Jij had er gewoonweg geen oren naar.”

Hij knikte instemmend: “Ja. Ik wilde niet luisteren. Ik was zo overtuigd. Ach neen, ik was volledig door de rooie aan het gaan als ik eerlijk ben. Er was ook niet meer zoveel tijd weet je. Alles stond op het randje om de verdoemenis in te gaan en ik moest doen wat ik voelde dat onze redding kon zijn.”

“En ze wilden je daarbij niet helpen?”, vroeg ik.

“Neen!”, zijn kwaadheid kwam duidelijk terug: “Ik kreeg zelfs niet waar ik recht op had en wat ik nodig had om alles te redden! Ze wilden niet luisteren naar mij!”

Terug lettende op mijn energie confronteerde ik hem in warmte door te zeggen: “En jij niet naar hen.”

Hij keek verschrikt op, nam een pauze en beaamde het: “Neen. Dat is waar.”

“Ik voel spijt.”, hopende dat ik hem hiermee tot de kern kon brengen.

Terug naar de grond kijkende zei hij: “Ik heb het al gezegd. Ik heb geen mooie dingen gedaan. Mijn familie. Ik heb ze in de steek gelaten. Ik heb ze bestolen, belogen, … Door mij zijn er mensen gestorven. Er zijn mensen dood door mij! Door mij! Snap je? Ik…”

Beelden van hem met enkele anderen in een poging hem tot inzicht en redding te brengen. Hoe daarbij levens beëindigd werden. Hoe dat alles zeer zeker niet met opzet geweest was. Vervolgens het verliezen van alle contact met de familie. Het alleen achter blijven en in volle razernij naar zichzelf en anderen gaan.
Ik begreep het geheel nu volledig, onderbrak hem en zei met begripvolle stem:

“En jij bent jezelf dan verloren. Wat ook geheel begrijpelijk en menselijk is met de pijn die je toen te verwerken kreeg.”
Hopende dat dit alles hem rust en perspectief zou brengen, wachtte ik zijn reactie verder af.

Zijn schouders krompen helemaal ineen. En ik voelde jarenlange fysieke pijn van onder zijn rechter schouderblad tot vaak helemaal door aan zijn nek. Hij boog voorover en plaatste zijn rechter hand voor zijn gezicht. Ik zag een traan vanonder zijn hand doorrollen naar zijn kaak en landen op zijn broek. Zijn schouders schokten. Lichtjes in het begin tot steeds heftiger. Een pijnlijk gejammer kwam uit zijn mond. Zo’n geluid dat door merg en been gaat door de diepe pijn en echtheid ervan. Moeite met dat alles wat naar bovenkwam sloeg hij afwisselend een hand voor zijn gezicht. Dan terug beiden. Dan terug één. Het was of hij zich in een ondragelijke pijn bevond en zich in allerlei bochten aan het wringen was om het geheel te laten stoppen. Terwijl ik net voelde dat het zo belangrijk was dat hij verder ging. Iets zei me ook dat, gezien de intensiteit ervan, hij in principe niet kon stoppen. Voor alle zekerheid sprak ik hem berustend toe: “Het is ok. Het is ok. Laat het allemaal los. Het is ok.”

Naar adem happende reageerde hij met snikkende en haperende stem: “Het was… Het was nooit… nooit… mijn bedoeling… Ik zou alles willen terugdraaien… maar… maar… dat gaat niet. Ik zou ze… ze hoorden niet te… te… sterven. Ik…”

Voelende hoe hij zichzelf in pijniging bracht, onderbrak ik hem en herhaalde ik: “Het is ok. Dat wat gebeurd is, is gebeurd. Ze weten dat je toen buiten jezelf was. Ze begrijpen dat ook. Geloof dat. Ze begrijpen het.”

Dan kwam er een heldere boodschap door. Ik toetste nog even af. Of het werkelijk in die bewoordingen overgebracht diende te worden, want het leek me beter om deze om te vormen zodat hij niet in weerstand zou gaan. De opdracht was echter helder: “Breng het zo over.”

Ik bundelde de krachtenergie samen en sprak met doordringende stem: “Zolang jij jezelf geen vergiffenis schenkt, kan jij je taak hier niet volbrengen. Vergeef jezelf. Wij hebben jou nodig.” Ik pauzeerde even en met extra klemtoon op elk woord herhaalde ik:

“Wij hebben jou nodig.”

 

Hij richtte zijn blik op en met betraande en verwarde ogen keek hij me aan. Hij bleef zo kijken terwijl de stilte de ruimte verder vulde. En dan zag ik het gebeuren. De verandering van de energie in zijn ogen. Het was doorgedrongen en het had geraakt waar het zo belangrijk was om geraakt te worden.

Ik zond hem een warme ‘welkom’-glimlach toe en met nog een vleugje twijfel antwoordde hij me met een ‘dank je’-glimlach.