Vrijdag 13 03 2020

Als een zwarte golf voelde ik het over mijn prachtige stad komen. Al vanaf de middag voelde ik onrust in mijn gehele systeem. Ik begreep er niets van en dacht nog bij mezelf: “Het is toch zo’n prachtige dag vandaag?” Zo was die alleszins gestart. Het was pas op de middag, het ogenblik dat ik neerzat in de koffiebar met the usual voor mijn neus dat ik intunde om te kijken wat er nu eigenlijk echt speelde. Mijn keel werd dicht gegrepen en ondanks de rust die ogenschijnlijk aanwezig was in de ruimte, voelde ik geheel het tegenovergestelde. Een enorm druk kwam op mijn borstbeen en ik had moeite om rustig te blijven ademen. Kwaadheid en de nood om te beschermen kwam in me naar boven toen ik:
“Blijf van mijn prachtige stad af verdomme!”, energetisch uitkrijste. “Jullie horen hier niet! Maak dat je wegkomt!”
Ik werd echter onmiddellijk tot de orde geroepen. Met een drukkende aanmaning om mezelf te gronden en het geheel te over schouwen in de plaats van het emotionele de bovenhand te laten nemen en de energie die ik nu uitstuurde om te vormen. Dat lukte me best. Echter eenmaal in de klimzaal werd duidelijk dat zelfs daar met zoveel sportieve, gezonde en gegronde mensen het wel echt ‘serieus’ werd. De volgende dag zouden ze alles sluiten. “Ik was nu zo goed bezig met mijn klimmen. Dat is dan voor niets geweest?”, had ik me nog menselijk teleurgesteld afgevraagd. In verwarring fietste ik naar huis en verzekerde ik mezelf dat mijn gidsen me wel zouden duidelijk maken dat deze ‘bad dream’ snel terug over zou zijn.


Maandag 16 03 2020

De dag waarop ik in nog diepere lijnen ging en een channeling deed met mijn belangrijkste gids. Ik had het lange tijd uitgesteld. Angstig voor wat ik te horen zou krijgen. Echter nu. Met alles. Ik kon het niet langer naast me neerleggen. Het leek wel alsof de zuurstof uit de kamer werd getrokken tijdens de uitwisseling. Afgewisseld met niet mis te verstane beelden kreeg ik door: “Dit dien je door te geven. Hierover dien je geheel te zwijgen. Het is louter informatief voor jou. Dit dien jij te doen. Bereid je verder voor op dit. Die personen? Ja, goed. Dat? Ja, zo is het inderdaad. Geen twijfel. Behoud dat en weer dit uit je leven. Houd stand en zet door op dat wat je nu doorkreeg. Etc.” Lamgeslagen zat ik in mijn stoel. Ergens ver weg hoorde ik: “Gaat het?” Ik weet dat ik nog iets als antwoord brabbelde vooraleer ik naar de deur liep en bij mezelf dacht: “Ik moet hier buiten” Happende naar adem had ik het liefste van al op mijn knieën gevallen en beginnen huilen. Ik besliste me ‘sterk’ te houden. “Nu niet lief kind. Hiervoor is straks tijd als je alleen bent. Te veel mensen op de baan nu.” Dus ik begon ‘sterk’ de rit. Echter het ‘nu niet’ was tevergeefs. Het punt kwam dat het me niets meer kon schelen. Lange olifantentranen liet ik los. Schuddende en schokkende terwijl ik vooruit bleef gaan. Terwijl ik de beelden en informatie die ik had doorgekregen probeerde te plaatsen.

“Hoe kon ik dit zo gemist hebben? Ik wist dat er iets ging komen. Ik voelde dat de crisis kwam. Echter dit? Neen, dit had ik niet zien aankomen. En waarom krijg ik terug al die informatie die een ander niet hoort te weten? Waarom weer zo’n last? Waarom kan het niet gewoon eens simpel, eenvoudig en gemakkelijk zijn voor me? Ik wil het soms ook gewoon écht niet allemaal weten hoor! Niet zo. Niet… Niet die vuilheid. Niet die donkerte! Alsjeblieft, wanneer gaat het eens stoppen?”

In woorden werd me nogmaals (zoals zovele keren) doorgegeven dat het mijn taak is net die donkerte om te vormen. Dat ik geduldig dien te zijn en dien door te zetten. Eenmaal de tranen bekoeld waren, kon ik terug wat meer naar helderheid en rust gaan.
“Al sal reg kom Saskia.”

Dinsdag 17 03 2020

“Nog snel de lege bakken water afzetten aan de colruyt nu ik een auto heb.”, dacht ik opgelucht bij mezelf. Blij dat deze uit mijn huis zouden zijn. Meer ademruimte.
Op de baan. File, file, file.
Duidelijk een Turk voor me die het stereotype beeld mooi wist te bevestigen. Type wagen, letters op de wagen, manier van hangen door de ruit, hij kende iedereen op de Dendermondsesteenweg en stak dit op zijn manier niet onder stoelen of banken,… Zeker 9 keer heeft hij op die kleine afstand uit zijn raam gespuwd. Fietsers? Maar nee, daar werd geen rekening mee gehouden. De kwak zag ik wel elke keer mooi gepositioneerd voor of achter de fietser vallen. Hoe hij erin slaagde elke keer opnieuw zoveel te produceren om dan op straat te strooien. Beats me. Mijn geduld werd alleszins danig op de proef gesteld en aan de lichten zat ik me af te vragen of ik 1. zijn hoofd tegen zijn stuur wou smashen of 2. hem ‘vriendelijk’ wou vragen zijn raam dicht te doen en de spuwactiviteit in zijn eigen auto verder te zetten. Ik besliste geen van beiden te doen, want het besef kwam al gauw dat daar waar ik eerder zo warm en liefdevol was (thuis na training en skype sessies) ik nu plots wel heel snel de andere kant opging. Dus dat de energieën rond me best heftig waren en ik terug bij mezelf diende te komen, zodat het geen invloed meer op mij zou hebben.

Aangekomen op parking Colruyt. File, file, file.
Er stonden een vijftiental mensen aan te schuiven met kar. Even probeerde ik nog: “Het is enkel om terug te brengen en dan ben ik weg.”, maar het mocht niet baten. De gehele rij zou ik moeten wachten. Ik stond er nog maar 5 minuten en de input van energie werd me al te veel. “Ja maar, waarom doen jullie dit eigenlijk zo? Hè? Zouden jullie niet beter…”, sprak een dame van middelbare leeftijd bitsig naar de medewerkster. Dat wal al zo lang speelde bij haar kreeg als het ware vrij spel en ondanks de ‘ca va’ bewoording op de oppervlakte zag ik een volle lading drek op de medewerkster afkomen die het op haar beurt innam. “Die zal heel moe zijn deze avond”, stelde ik vast. Ik besliste vervolgens deze niet uit te zitten, ging naar de wagen en reed. Naar waar? Geen idee. Ik moest weg. Dus ik reed gewoon. Weg uit de stad die ik zo vaak zo mooi en prachtig had gevonden. Het was me te donker allemaal. De input van alles. Het was te veel.
De tranen volgden algauw, terwijl ik bij mezelf dacht: “Dit worden wel fun dagen met die huilbuien” en ik probeerde me te hervrouwen door mezelf in te fluisteren: “Ach, die hardheid is toch eigenlijk echt niet nodig Saskia? Jij voelt nu eenmaal anders dan de anderen. Geef jezelf tijd om je hieraan aan te passen.” Echter dat, wat normaal zo mooi hielp, hielp niet. Ik besliste ze terug aan te spreken. Mijn gidsen:

“Ik had liever NIETS geweten! Horen jullie mij?! NIETS! Welk fcking nut heeft het? Zeg het me eens! Welk nut? Het is als met die aanslagen, mijn familie, … Die beelden. Wat is het nut van me dat altijd zo te tonen en te laten voelen?! Breng me terug naar die staat van voorheen. Waar ik zo lekker onwetend was en kon vitten op alles en iedereen behalve op mezelf! Zoals die mensen daar in de rij! Breng me daar naar terug! Want dat is allemaal zoveel fcking makkelijker!”

Ik voelde toenadering en woorden komen.

“Neen! Riskeer het jullie te zeggen: ‘Oh, maar Saskia, jij lief kind, het is jouw taak!’ Ik wil het niet meer horen! En weet je waar je die taak kan steken?! Inderdaad waar de…”, ik hapte even naar adem terwijl ik zag hoe mijn schoot al een mooi tafereel aan druppels had verzameld. Net alsof ik in de regen zat.

In scherpe lijn kwam binnen: “Saskia!”, duidelijk en kordaat. “Je gaat in emoties. Grond jezelf!” Ze poogden me met dringende en dwingende energie tot de orde te roepen. Normaal zou dit geholpen hebben. Zou ik die klik krijgen. De golf aan emoties was echter te veel. Dus ik vervolgde:

“Ahja, het is juist. Dat mag niet zeker?! Hè? Emoties mogen niet! Het brengt geen helderheid zeker? Wel ik WIL GEEN HELDERHEID meer! Ik wil het niet meer! Trek jullie plan er maar mee! Echt doe het maar allemaal zelf! I’m OUT!”, het verdriet had ruimte gemaakt voor kwade beschermende illusionistische zekerheid. Mijn lippen waren als met velcro op elkaar geperst. Mijn blik schoot de ‘waag het niet’ boodschap uit en ik voelde de muur zich optrekken.

“Saskia, je gaat in drama. Haal jezelf hieruit NU! NU!!”, werd me als een golf doorgegeven. Het was de aller eerste keer dat ze me met zo’n bomenergie tot de orde poogden te roepen en ik voelde de reeds half opgebouwde muur afbreken.

Energetisch viel ik op de knieën, voorovergebogen met het hoofd in de handen: “Ik kan hier niet tegenop toch? Werkelijk? Zoiets… donker, kil, … Waarom kan en mag dit bestaan? Als in écht, serieus? Waarom, doen jullie niets? Zo krachtig als jullie zijn? Ik heb het al zoveel mogen zien en ervaren. Waarom zo? En wat verlangen jullie dan van me? Ik kan toch niet…”

“Lief kind. Blijf bij jezelf. Dat is het enige wat wij verlangen.”


“Ahja en mijn taak uitvoeren?”

“Die taak is simpelweg jezelf zijn. Meer hoef je werkelijk niet te doen. Ga in rust. Zie dit als jouw mogelijkheid om nog dieper te gaan. Het zal je in doeltreffendheid vergroten.”

“Maar ik voel me zo… Machteloos.”


“Dat ben je niet. Dat weet je. Dit is een momentopname. Lief kind je wéét wat je nog allemaal zal doen. Dàt is niet niets. Focus je daar op. Jij zal samen met de anderen dit alles omvormen. Jij staat mee aan het roer. Aan het begin.”

“Maar het is zo f*cking lastig nu. Echt… Ik…”

“Dat wist je en dat weet je al langer. Weet je nog héél in het begin?”

“Ja. Hoe zou ik dat kunnen vergeten.”

“En je hebt jezelf er ook doorgeslagen. Je hebt ook leren omgaan met wat je toen begon te voelen. Die donkerte in de mensen hun systeem. Wel, je zal het ook leren op dit level.”


Aangekomen aan het bos voelde ik nog veel onrust in me. Ik vroeg toestemming het gebied te betreden en voelde al wat meer warmte op me afkomen: “Jij bent hier altijd welkom lief”, kreeg ik door in omarming. Echter toen ik de 5 kinderen tegenkwam aan de rand van het bos en ze daar jengelend zag spelen, kwam bitterheid terug boven: “5 allemaal lekker gezellig samen. Zouden die niet beter…”
Ik blokte het onmiddellijk af: “Neen, Saskia, niet meer! Get over it! Gronding, warmte en zachtheid.” Ik vertraagde mijn stap om mezelf de tijd te geven de energie te veranderen en hen zeer bewust warmte toe te sturen deze keer. De verstramming die als gevolg van mijn uitsturen bij hen opgetreden was, verzachtte zienderogen. Ik kreeg een speelse “Dag mevrouw! mooi weer hè?” door en ze speelden nog enigszins afwachtend wat energie zou brengen echter al veel geruster verder.
“Kinderen zijn toch ook zo’n prachtige spiegels”, dacht ik nog dankbaar bij mezelf.

Wat verder, uit het zicht van eenieder, hield ik halt en sprak ik hen toe:
“Lieve bomen, planten, dieren, boselfen, draken, reuzentrollen en andere energetische wezens waar ik nog geen kennis en diep contact mee heb, maar voel dat ze er zijn. Ik ben klaar. Let the cleansing and deepening begin.”