De donkere onweerswolken vormden zich al mooi dreigend aan de linkerzijde en de wind maakte duidelijk dat het niet lang meer zou duren. Ik vroeg mezelf af of ik niet beter mijn regenpak aandeed voor het ‘te laat’ was.
“Ach neen.”, dacht ik zeker van men stuk. “Ik heb geen zin om die aan te doen en die laatste 16 kilometer gaan het verschil niet maken. Die lieve weergoden zorgen er wel voor dat ik niet nat wordt.” 

Mijn innerlijke woorden waren nog niet geheel koud of daar viel de eerste dikke druppel op mijn broek, nog één en BAM voor ik het wist kwamen de lichte en dik gevormde hageldruppels met bakken naar beneden. “Owkay, de weergoden hebben er duidelijk een ander idee over.”, dacht ik bedenkelijk. 

Ik voelde hoe mijn kleren geleidelijk aan alle vocht van de druppels opnamen. “Nog even en het is hier echt een VOLLEDIG nat zijn.”, dacht ik kinderlijk geamuseerd bij mezelf. Wetende dat nat en koude écht niet de combinatie zou zijn voor mijn toch wel iets vermoeider systeem polste ik bij mezelf: “Gaan die ribben een stevig doortrappen aankunnen?” Nog steeds herstellende van gekneusde ribben wou ik zeker zijn. Dus ik ging innerlijk voelen. Toetste af. Nog eens om héél zeker te zijn en de “GO!” werd gegeven. Als iemand die achterna gezeten werd door een woeste ‘ik scheur je in stukken’- grizzly beer spietste ik als een speer verder op de baan.

Ondertussen werden de lichtflitsen rond me in verhoogde frequentie gebracht. De rommelende geluidsgolven van de donder volgden. Ik telde: “1, 2, 3, 4, 5…” ******* “Safe” en al snel beeldde ik me in dat dit aanmoedigingskreten waren om de queeste die ik aan het maken was tot een goed einde te brengen. In gedachten overwon ik de zotste obstakels, vond ik in labyrinten mijn weg en ontdekte ik kostbare schatten. Ahhhhh, lang leve die zalige fantasie.
Ondertussen voelde ik ook hoe mijn fysiek lichaam herleefde. Ik nam af en toe een pauze om te genieten van dit alles. Zo strekte ik eens mijn armen naar de lucht om vervolgens diep in en uit te ademen. Een verbaasd dametje achter het ‘veilige glas’ van haar living keek me met grote ogen aan. Een stralende glimlach en zwaai van mijn kant volgde. Alsof ik haar een stevige dreun ofzo verkocht had, deinsde ze achteruit. Ik proestte het uit van lachen. “Die zou beter buiten komen en al deze kracht écht ervaren. Dees is ZALIG!”

De regen begon steeds heftiger te worden, de wind daagde me verder uit en het punt van ‘VOLLEDIG nat’ was nu wel bereikt. Ik riep innerlijk “MEER! Ik wil MEER!” Net op dat ogenblik volgde een bliksemschicht aan mijn rechterzijde en “1…” Het leek alsof de aarde even omhoog getild werd en de weergoden het volume op maximale capaciteit geplaatst hadden om deze geluidsgolf tot mij te brengen. Met enig opgekomen angst riep ik: “Neen, ik wil MINDER! MINDER!” Kijkende voor me in de verte naar de wolken die zich aldaar al terug klaarden, stelde ik mezelf gerust dat dit wel het ergste geweest was. En ik moest lachen om de zo snel omgeslagen stemming bij het ervaren van de geluidsgolf. 

Een goede 5 minuten later arriveerde ik op mijn bestemming en zoals altijd in dit prachtige leven stopte het op dat ogenblik met regenen. 

Met trotsheid over de succesvol volbrachte queeste en het voelen van de hernieuwde energie keek ik omhoog: “Dat was ZALIG! Bedankt!”