Zijn ogen schoten vuur en hij zei kwaad en gefrustreerd: “Ja, maar voor jou is het ook gewoon altijd gemakkelijk! Jij krijgt alles gewoon in je schoot geworpen. Je hebt het al allemaal op een rijtje en staat al zo ver. Om dan nog maar te zwijgen van die glimlach die continu op je gezicht staat.”

Ik plaatste een stap achteruit en dacht helder bij mezelf: “Wow, iemand heeft nogal wat last van pijn komende uit schreeuwende blokkades.”

Ik nam even mijn tijd om alles te laten inzinken en te plaatsen om vervolgens te antwoorden op rustige toon en met warme blik op hem gericht: “Misschien heb je wel gelijk.”

Enigszins van zijn stuk gebracht door mijn antwoord, keek hij me onderzoekend aan en zei hij weifelend: “Ewel, ja… Ja!”

“Ja, als ik alles eens overzie en bekijk hoe mijn leven werkelijk al geweest is. Misschien…”
Ik boog me voorover en keek hem deze keer doordringend aan: “Misschien is het inderdaad altijd al gemakkelijk voor me geweest. Mijn God, eigenlijk. Je zou eens moeten weten. Die periode dat ik besliste de confrontatie aan te gaan met mezelf. Zo’n drie jaar terug. Toen heb je me niet veel gezien hé? Wel, ondanks de ijzingwekkende angst en verscheurende pijn die ik ervoor voelde. Ondanks dat gegeven, natuurlijk omdat het zo gemakkelijk was. Ging ik toch de confrontatie aan. Heb ik mijn uiterste best gedaan om te begrijpen waarom ik als mens voel, denk en doe wat ik als mens voel, denk en doe.
Heb ik geweigerd uit mijn gezellige cirkel van gekwetstheid te gaan om dan lekker te gaan projecteren op mijn buitenwereld. Want laat ons eerlijk zijn je eigen stuk elke keer opnieuw op die ander plaatsen en nooit eens een blik naar binnen werpen… Man! Dat zou pas écht moeilijk geweest zijn. Dus natuurlijk besliste ik de andere weg in te slaan! En ja, dat dieper, nog dieper en nog dieper gaan. Wow echt waar! Dat was onbeschrijfelijk te noemen! Alsof iemand de lucht uit je longen stampt om op het ogenblik dat je denkt terug te kunnen happen naar lucht deze je nog een stamp bijgeeft en nog één en nog één en nog één. Tot je niet meer kan, de tranen uit je ooghoeken als watervallen naar beneden komen en je als een hoopje ellende op de grond valt. Om dan een slag in je gezicht te krijgen met de boodschap dat het zeer zeker nog niet afgelopen is en je hoort verder te zetten op dit pad geheel alleen.
Ooooo en ik spreek dan nog niet over het moment waarop ik op die diepste stukken kwam. Die stukken waar die onnoemelijk kwetsbare, pijnlijke en met gitzwarte drek doordrongen kern zich bevond. Een kern die al jaren lang schreeuwde om gezien te worden en bevrijd te worden van al de donkerte die zich gevormd had rond zich. Die me smeekte om terug vrij te kunnen leven, ervaren en groeien. En die me tevens ook duidelijk maakte dat niemand anders dit kon doen behalve ikzelf.”

“Ik euh bedo…” pruttelde hij uit.

“Er bestaat niet zoiets als ‘gemakkelijk’! Er bestaat wel zoiets als LEVEN en uitdagingen aangaan! En weet mijn lieve vriend dat eenmaal je voorbij dat alles bent… je in een magisch zalige wereld terechtkomt. En ja, ik ben blij. Zoooooo blij dat ik die confrontaties aangegaan ben en dat nog steeds doe. Want het is een blijvend proces. We noemen het leven! Het enige verschil met vroeger is dat ik nu besef dat je met ogenblikken alleen door de gitzwarte drek dient te gaan, deze dient op te kuisen vooraleer je de voedzame en vruchtbare bodem terug kan zien waarop jij de nieuwe zaadjes kan planten voor de nieuwe oogst. Nogmaals. Niemand kan dit voor jou doen. Enkel JIJ kan dit bij jezelf doen. Dus plaats het niet op de ander die het zogezegd ‘gemakkelijk’ heeft. Er bestaat niet zoiets als ‘meer’ of ‘minder’ last dragen. Ieder draagt zijn/haar deel. En dat is simpelweg wat het is. Het deel van de één en het deel van de ander. Het is door het scheeftrekken van dit gegeven dat er onbalans is. Dus laat ons nu eens met zijn allen lekker ons eigen deel dragen en de ander daarbuiten houden. Wat denk je daarvan?”