5/01/2019
Drie weken in Koh Phangan. Het was een welkome verademing. Oude vrienden terug zien. Nieuwe vrienden maken. Wederom connecterende met de zalige onzienbare energieën van het krachtige woud aldaar. Me nog meer versterkende in mijn steeds groeiende mogelijkheid dieper te voelen op energiebanen.

Aangekomen in Bangkok. Een verwelkoming van drukte, uitlaatgassen, extremen in contrasten, … De zoveelste design trap om naar een kunstwerken platform te gaan en zo door naar één van de duurste shopping centers van de stad. De stalletjes onderaan net naast de baan met voorbij razende auto’s laten niets meer aan de verbeelding over.
“Hier verstoppen ze het alleszins zo niet als bij ons”, dacht ik bij mezelf.

Het was op die mooi blinkende designtrap dat ik haar zag zitten.

4 treden van haar was ik verwijderd toen lood in mijn schoenen kwam. Eén seconde. Eén blik. Diepgaand. Alles overziend. Ze keek me recht in de ogen aan en ze probeerde ondanks de enorme pijn die ik in haar diepste kon voelen een glimlach op haar gezicht te toveren. Aftandse kleren. Haren aan elkaar geklit. Mager. Vuile handen en huid. Amper 13 jaar oud. Alsof een vlijmscherp mes door mijn hart geboord werd, leek de tijd even stil te staan.

Als ik kort intune in mensen hun energie krijg ik vaak veel door. Dit was echter op zijn minst heftig te noemen en ik weigerde dieper in beelden te gaan om de zwaarte die ik er nu al bij voelde in te perken. Nooit eerder had ik bij bedelaars zo’n pijn gevoeld.

Ik vermande mezelf en gaf haar onmiddellijk de zakjes fruit die ik in mijn handen had. Ze dankte me en het leek wel of het maken van die glimlach haar een pijnlijke stoot bijgaf. Gitzwarte beelden kwamen binnen en mijn hart kromp nog dieper ineen. Ik stapte door. Ik hoopte vurig dat het over zou gaan. Dat de energie waar ik op had ingetuned uit mijn systeem zou verdwijnen. Er verdween niets. Ik stapte verder. Probeerde de rust die ik had gevoeld in Koh Phangan terug in me naar boven te brengen en bij me te houden. Tevergeefs.

Lachende mensen rond me. Geld uitgevende alsof het niets was. Mannen in dure kostuums schoppende naar straathonden die hoopten toch iets te kunnen eten. Minachtende en schamende blikken naar bedelaars op de straten weliswaar mét het vergunningsplaatje voor zich. Ik kon het niet loslaten en ging naar een ander stalletje om nog wat eten voor haar te kopen. Ik dacht er zelfs aan geld te geven ook al was dit al jaren een principe om niet te doen. Terug op de trap. Ik zag haar niet. Ik liep op een andere trap. Misschien had ik me wel vergist? Alles zag er dan ook hetzelfde uit. Ze was inmiddels al weggehaald door de politie zo bleek.

Het lood in mijn schoenen verdubbelde in gewicht en ik pauzeerde even boven op het platform dat rijk en arm van elkaar afschermde. Ik draaide rond mijn as. Alles in me opnemende. Ik zag Thaïse vrouwen met handtassen van Louis Vuitton, luxueuze auto’s op en af rijden in de parking en jongeren pronkende met de nieuwste gadgets. Woede vulde mijn systeem met daarop gevolgd wanhoop. Alsof alles wat ik in heel dit leven (zo dacht ik toen toch) had gezien en ervaren als zijnde niet menselijk, oneerlijk en onrechtvaardig ineens als filmbeelden terug op mijn netvlies voorbij kwamen.

Ik kon niet meer op straat blijven met een hoofd dat voelde op elk ogenblik te kunnen ontploffen en een borstkas waarbij mijn longen leken te wensen zich eruit te rukken.

Innerlijk schreeuwde ik het uit: “Waar zijn we mee bezig! Waar zijn we in Godsnaam mee bezig!” Een oude dame keek me verbaasd aan en ik dacht bij mezelf: “Mijn gezicht zal zoals altijd wel terug boekdelen spreken.” Met de woede nog in me was een glimlach wel het laatste dat ik haar richting uit stuurde.

Dit liet me beslissen dat het beter was om naar mijn kamer te gaan. Weg van dit alles.

De kamer was de goedkoopste die ik had kunnen vinden en ondanks mijn ongenoegen hierover in het begin besefte ik nu wat een luxe ik in werkelijkheid had.

Mijn hart bleef pompen alsof mijn leven ervan afhing en ik voelde de continue nood om naar adem te happen. Ik zakte op mijn knieën en probeerde dat wat ik in energie van haar had binnen genomen terug uit me te krijgen. Ademhalingsoefeningen, tranen, verandering van gedachten, … niets hielp. Dus ik nam mijn schrift en begon te schrijven.
Ik voelde een eerste golf van rust over me heen en in me doorstromen. “Dit zal wel voldoende rust zijn om met hen te connecteren’, wist ik

Dus ik richtte mijn energie op de gekende baan en vroeg lichtjes smekend aan mijn gidsen: “Waar zijn jullie? Ik weet niet wat te doen met dit? Waarom hebben jullie me hiermee in connectie gebracht? Ik versta het niet!”

Een ondersteunende warmte omringde me en het antwoord volgde: “Je dient het geheel te zien lief kind. Zij is geen slachtoffer evenmin zoals jij dit bent. Eer haar ziel en die van jou.”

Verward fronste ik de wenkbrauwen: “Euh. Het slachtoffer gedeelte begrijp ik wel.”, ik zuchtte diep. We hadden daar inderdaad al heel wat uitwisselingen over gehad en ik begon het in totaliteit steeds beter te begrijpen. Wat niet betekende dat ik er al geheel vrede mee had.

Ik vervolgde verder in verwardheid: “Wat ik niet begrijp is dat ik mezelf hierbij als slachtoffer zou zien. Wat heeft dit met mij te maken?”

“Kijk er voorbij lief kind. Het gaat niet over goed of fout. Zij die ‘slachtoffer is van’ en de ander de dader. Zie wat werkelijk is en zie jouw taak hierin.”

De woorden voelden aan als een aanmaning. Alsof het nu de tijd hiervoor was en het niet ter zijde geschoven mocht worden.

Ik had even nodig om alles in me op te nemen.

Geen slachtoffer? Ok. Maar zoveel leed? Zoveel pijn? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat dit de kern is van ons menselijk bestaan? Daar heb ik toch al geheel andere beelden over doorgekregen? Wat dien ik hiermee te doen? Hoe kan ik dit veranderen? Kan ik dit wel veranderen? Het lijkt zo onnoemelijk moeilijk en veel… Ik…
Beelden werden op me afgevuurd en ik pauzeerde. Alles in me opnemende. Enkele seconden later zag ik het. Glashelder en duidelijk.

De één is de ander en de ander is de één. Zonder de één kan de ander er niet zijn en omgekeerd.
We zijn hier allen met reden. Ter uitklaring van al die oude en diepe pijnen nog in ons gehuisd. Elk op onze manier. Elk onze verantwoordelijkheid.
Velen dragen eenzelfde pijn in zich. De manier om dit te uiten is gewoon verschillend. Energie trekt energie aan en dit is om de mogelijkheid te bieden zaken uit te klaren.

De manier waarop zij in alle kwetsbaarheid daar zat. Volledig neergeslagen en gelijk gemaakt met de grond. Geen muren. Puur en écht. Om die reden was het zo diep bij me binnen gedrongen en werden in mij nog restanten van oude pijnen geraakt.

Ik voelde de warmte langs mijn rechterzijde toenemen en mijn rechter handpalm begon te gloeien: “Je bent niet alleen.”, werd me toegefluisterd. Altijd was hij er als ik in een diep stuk ging. Tranen welden van mijn ooghoeken omhoog en ik stuurde zoveel mogelijk warmte van mijn kant door. “Mijn God, wat zou ik zonder jou doen!”, sprak ik hem dankbaar toe.

Mijn gidsen groepeerden zich en er werd eenstemmig gesproken:
“Je begrijpt het. Zie je nu ook jouw taak?”

Enigszins nog geëmotioneerd door alles keek ik naar mezelf in de spiegel. Ik knikte en zuchtte diep. De ondersteunende gloeiing in mijn rechter handpalm was er nog steeds en ik zag de kracht in mijn ogen toenemen.
Met zelfzekerheid en overtuiging sprak ik:

“Wat het ook moge zijn. Ik ZAL deel uitmaken in de verandering van dit alles! Welke obstakels er nog op mijn pad moge komen. Ik ZAL dit alles overwinnen! Welke pijn, angsten en onzekerheden er nog in me naar boven mogen komen. Ik ZAL dit alles neutraliseren! Ik ZAL mezelf niet meer in de weg staan en ik zal niet toelaten dat anderen dit zullen doen. Ik ZAL wat belangrijk is nooit of te nimmer in gevaar brengen. Ik ZAL waarde hechten aan dat wat zinvol is en betekenis heeft. Ik zal het niet doen voor mezelf. Neen. Zo wens ik niet meer in het leven te staan. Ik zal het doen voor ons. Voor haar. Voor die dames met de Louis Vuitton handtassen. Voor de mannen in de luxueuze auto’s. Voor de mannen in dure kostuums. Voor de jongeren met hun gadgets. Voor de straathonden zoekende naar eten. Voor de bedelaars. Voor eenieder die ademt om zuurstof ter verder leven tot zich te kunnen nemen. Want ik ben de ander en de ander is ik. Voor eeuwig in eenheid met elkaar verbonden.”