Geen verbloeming.
Ik zal het zeggen zoals het is.
Dagen van diep en intens ‘kut-voelen’.
Oh, ja, ook ik.
Vooral ik had een probleem om dat ‘kut-gevoel’ gewoon ‘kut-gevoel’ te laten zijn. Wanhopig probeerde ik alles ‘recht te trekken’. “Ik kan dit. Ik ben een healer non die dorie. Als ik het niet kan!” En toch… toch bleef het gevoel met heftige sprongetjes opspringen. De intensiteit ervan werd alleen maar groter en mijn gehele lichaam was me allerhande signalen aan het geven dat er iets om uitklaring vroeg of jah, eerder schreeuwde.

Op een dag bezocht een goede vriend me.
Hij keek me bedenkelijk aan en vroeg: “Alles goed met jou?”
“Neen, eigenlijk niet. Mijn schouders hebben zich gelijk vast gezet ofzo. Gisterenavond had ik zelfs moeite om te ademen. Echt lang geleden dat ik het nog zo sterk gehad heb. Ik weet niet wat ik aan het vasthouden ben, maar het is duidelijk iets.”
“Saskia, je hoeft niet alles alleen te dragen.”
“Doe ik ook niet.”, protesteerde ik.
En alsof hij niet hoorde wat ik had gezegd, zei hij nogmaals: “Saskia, je hoeft niet alles alleen te dragen.”
Deze keer kwamen zijn woorden wel binnen en een krop in mijn keel vormde zich. Hij legde zijn handen op die pijnlijke plek en masseerde mijn schouders. Bijna direct barstte ik in tranen uit. Zo heftig dat mijn gehele lichaam schokte en beefde. Hij trok me tegen zich aan en omarmde me met zo’n overweldigende warmte dat ik ondanks het ‘zo snel mogelijk willen ophouden met huilen’ bleef huilen tot ik voelde dat het ‘klaar was’ en eindelijk wat kon ontspannen. We praatten nog even en ik kreeg zowaar terug een stralende glimlach op mijn gezicht. Wat had dat loslaten deugd gedaan. Ik dacht bij mezelf: “Allé, dat moest er uit. Hupla happy Saskia is back!” Wist ik veel dat ik mezelf niet toegelaten had ten volle in mijn kwetsbaar stuk te duiken en te zien wat werkelijk speelde.

Dus de volgende dag kwamen de donkere gedachten en kwaaltjes terug. Lang leve de wondere mechanismen die we ‘lichaam en geest’ noemen. Ik werd kwaad op mezelf. “Serieus? Is het nog niet over? Zelfs niet na gisteren?”
“Dit helpt niet lieve Saskia. Liefde en zachtheid. Weet je nog?”, fluisterde één van mijn innerlijke stemmen me toe. *zucht*
Ik wist wel wat het was. Een diepere connectie had zich een tijd geleden gevormd en heel wat dingen werden daarbij geraakt. “Oude nog uit te klaren pijnen” om het in healings termen te zeggen. Gisteren kwam het ogenblik dat ik voelde ver van mezelf te zijn. “Buiten mezelf” en ik kwam er letterlijk en figuurlijk zot van. Ken je dat? Zo van die ogenblikken dat je jezelf niet meer herkend en gedachten hebt/gedrag stelt dat je niet aan jezelf zou toeschrijven. Benauwelijk!
Ik voelde dan ook dat ik iets moest doen om mezelf terug te brengen. Ik ging dansen, dansen, dansen. Hmmmm, nog niets. Ik trainde. Hard. Nog niets. Ik at samen met een vriend. Deze gaf me een energie die me voldoende triggerde om te beseffen dat het er gewoon eens allemaal uit moest bij een persoon waar ik me ‘veilig’ bij voelde.

Mijn nonkel. Een integer man die er al zo lang zo écht en volledig is voor me. Een man die me in de mogelijkheid stelt ten volle mezelf te laten zijn vaak zonder oordeel, zonder verwachtingen en met een wijsheid die verder reikt dan de kosmoselementen die wij reeds kennen.
Even schoot ik nog in een angst en dus weerstand. Met zoveel zachtheid, warmte en liefde ging hij daar door. We spraken over mijn deel en dat van de ander. Een verhelderend gegeven. Mijn deel. En dan kwamen we tot de kern. Mijn ‘oude pijnen’ en ik was eerlijk. Echt eerlijk deze keer. In al mijn kwetsbaarheid eerlijk en … ik kon eindelijk het patroon zien. Van waar het kwam. Erkenning en dankbaarheid om het eindelijk te zien. Wat een rust gaf me dat. Het zien en het begrijpen. En ja, het zal nog met ogenblikken aangeraakt worden en ‘pijn doen’ of ‘wat ongemakkelijk zijn’. Dat noemen we ‘mens-zijn’ Echter… zonder mijn nonkel zou ik niet tot dat inzicht gekomen zijn en wederom in de mogelijkheid zijn te zeggen tegen mezelf: ‘Het is ok om die zalige imperfecte Saskia te zijn’.
Hij is één van die prachtige kostbare vrienden, te tellen op één hand, waar ik ‘IK’ kan zijn en waar ik naartoe kan gaan als ‘IK’ even weg is of als ik die even niet meer kan zien.

Hoe graag ik soms met ogenblikken nog ‘perfect’ wens te zijn en alles alleen aan te kunnen. Dat is het leven niet. Het leven is een hand in hand gaan van ‘samen zijn’ en ‘alleen zijn’. Duw die lastigheden niet weg en laat ze toe mooi te zijn.